De Nederlandse fietsbranche verkeert nog steeds in de gelukkige omstandigheid dat een goede fiets nog steeds wel wat mag kosten. De Nederlandse consument weet de waarde en innovaties van een moderne fiets op waarde te schatten en is nog bereid daar geld aan uit te geven. En dat is prettig in een periode waarin de economische omstandigheden zorgelijk te noemen zijn.
De gemiddelde aankoopbesteding bij de vakhandel voor een nieuwe fiets nam met 4,4% toe naar een gemiddelde besteding van € 960,-. Voor een elektrische fiets werd gemiddeld € 1918,- betaald.
Zoals te verwachten was blijft de verkoop van elektrische fietsen een stijgende lijn vertonen. Een volumegroei van 7% het geleid tot de verkoop van 178.000 elektrische fietsen in 2011. In geld betekent dit een omzetaandeel van 39% in de totale markt. Wanneer je inzoomt op de vakhandel dan zie je dat dit omzetaandeel de grens van 40% zelfs gepasseerd is.
Het is andermaal een bevestiging dat de rol van de elektrische fiets groeiende is en zelfs ten koste gaat van andere segmenten, die allemaal inleverden. De verkoop van stadsfietsen is nog steeds goed voor een omzetaandeel van 55%.
De rol van de vakhandel neemt ieder jaar een klein beetje af. Ten opzichte van vorig jaar is 69% van de verkoop van nieuwe fietsen via de erkende vakhandelaar gegaan. In 2011 bedroeg dit percentage nog 71%. Ter vergelijking: in 2001 was het marktaandeel nog 91% en in 2005 nog 77%.
Branchevreemde kanalen groeien weliswaar in marktaandeel, 2% in 2011, maar dan toch vooral in de goedkopere segmenten.